kvo 47e jaargang nummer 5 mei 1983

J.E.v.d.Brink

De eerste pinkstergave

Wanneer de apostel de geweldige waarde van de liefde Gods die is uitgestort in onze harten, helder wil doen uitkomen, vergelijkt hij haar met de drie belangrijkste geestesgaven: de glossolalie, de profetie en het geloof. Hij begint dan: 'Al spreek ik de talen van mensen en engelen', dus al heb ik dit magnifieke charisma! Paulus was immers een volbloed pinksterman, want hij dankte God dat hij zelfs meer in vreemde talen sprak dan alle gemeenteleden te Corinthe waar deze gave veelvuldig werd gepraktiseerd.

Mag het al wenselijk zijn om met broeders en zusters in de plaatselijke gemeente in de eigen taal te spreken, wie zich in het hemelse Jeruzalem thuis weet, kan de gave van het spreken in tongen beslist niet missen. Als deelgenoot van de hemelse roeping bevindt de christen zich immers tussen de tienduizenden engelen. Daar vergadert onze Heer ook de gemeente van eerstgeborenen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt. De ware gelovige voelt zich in deze metafysische wereld thuis, want hij is bewust burger van een rijk in de hemelen. In het hogere Jeruzalem zoekt hij gemeenschap met allen die zich daar bevinden en wil met allen communiceren door middel van de taal. Allereerst met God zelf. Hij nadert tot God, maar hoe weet hij dat God ook tot hem nadert? Omdat hij zich in geloof heeft opengesteld voor de doop in de Heilige Geest. Wanneer hij deze ontvangt, zal hij ook in een vreemde taal gaan spreken 'zoals de Geest het hem geeft uit te spreken'. Hij is dan als een klein kind, dat de taal van zijn moeder beluistert en overneemt, haar stem leert te onderscheiden en hun sfeer aanvoelt. Het verstaan van het gesprokene volgt later wel bij het ouder worden. Paulus schreef vanuit deze ervaring: 'Toen ik een kind was, sprak ik als een kind'. Bij de verdere ontwikkeling openbaart zich ook het vermogen de inhoud van de vreemde taal te begrijpen en te vertolken. Bij de voltooiing van dit proces wordt opgemerkt: 'Dan zal ik ten volle kennen'. Wie zo regelmatig de stem van de goede Herder beluistert, stelt zich ook open voor de profetie en zal daarbij de stem van de vreemde voorzeker niet volgen. Daarom is het spreken in tongen voor de christen het teken, dat God door zijn Geest in hem woont en hij de mogelijkheid bezit rechtstreeks diens gedachten over te nemen.

Altijd is er in de mens de drang geweest om kennis van de geestelijke wereld te verwerven. Het verlangen naar de eeuwige dingen is immers ingeschapen. Eertijds naderden Adam en Eva tot de boom des levens. Daar was hun centrum van ontmoeting met God teneinde opgevoed te worden tot geestelijke wezens. Na de val hadden de bewoners van het land Sinear hun trefpunt in de tempeltoren van Babel. Daar hielden zij hun seances en klommen zo op illegale 'van elders' de hemelse gewesten binnen. Hier begonnen zij de gedachten der boze engelen over te nemen met hun talen. Dit gevaarlijke experiment strafte zichzelf. Ieder mens bracht uit die geestelijke wereld voor dezelfde gedachten een andere taal mee. Men kon in de verworven taal niet met elkaar communiceren. Deze geestelijke verwijdering werd de oorzaak dat zich de scheiding ook in het natuurlijke leven voltrok. De gave van 'menigerlei talen' werd op deze wijze voortijdig ontwikkeld en werd hierdoor tot een vloek in plaats van tot zegen.

Oorspronkelijk had de mens slechts één taal. De mensheid was immers 'uit enen bloede'. De taal barrière scheidt daarom de volken en is ook een handicap voor de evangelieverkondiging. De engelen zijn evenwel afzonderlijk geschapen en hebben vele talen. Paulus spreekt over 'de talen der engelen'. In de oneindige ruimte van de onzienlijke wereld verkondigen de heilige engelen de grootheid van de Schepper van hemel en aarde. Meertaligheid is oorspronkelijk een eigenschap van de bewoners der geestelijke wereld. Wanneer de christen zich verheft, opstijgt en hemeling wordt, begint daarom in hem het latente vermogen om spontaan in vreemde talen te spreken en die te vertolken, zich te ontwikkelen. Hij maakt dan in nieuwe tongen de veelkleurige wijsheid van God bekend. Men hoort hem daar 'van de grote daden Gods spreken'. Paulus vergelijkt het spreken in talen met het deelnemen aan een orkest met verschillende instrumenten waardoor ieder zijn eigen inbreng heeft. Met elkaar wordt een volheid en veelvormigheid van klanken voortgebracht. Zo vormt zich een grote schare uit alle volken, stammen, natiën en talen met de myriaden engelen, wier nieuw gezang in een welluidende en rijke klankencombinatie opstijgt voor de troon van God en gehoord wordt als de stem van vele wateren.

Het spreken in vreemde talen wordt nooit teruggebracht tot de simpelheid van één taal, want hoe zouden dan de zonen Gods uit de mensen ooit met hun engelen kunnen spreken? Daar de Heilige Geest in ons kennis heeft van alle talen, raadt de apostel aan om naar deze gave te ijveren en ook te bidden om de uitleg ervan. Streeft ernaar om dit merkwaardige charisma tot zijn hoogste vorm te ontwikkelen, opdat je dan ook autoriteit krijgt in de wereld der geesten. Jezus sprak: 'Boze geesten zullen zij uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken'. Ook de engelen kunnen dan zeggen: 'Hoe horen wij hen een ieder in onze eigen taal spreken'.

zie voor andere artikelen kvooverz