kvo 47e jaargang nummer 5 mei 1983

Henk de Cock

De schare die niemand tellen kan

 

'Wie zijn dezen... en vanwaar zijn zij gekomen?'

Voor de meeste gelovigen staat het onomstotelijk vast dat de Heilige geest onmiskenbaar een groot aandeel heeft in de redding van zondaren. Het is de Heilige geest die de wereld van zonde overtuigt. Hij is het die de verlorenen tot Christus trekt en hen verlicht onder de verkondiging van Gods Woord. Het is ook de kracht van de Heilige Geest die het leven van de zondaar vernieuwt, wanneer deze zich aan de Heer overgeeft door in te gaan op Gods Woord. Het is de Heilige Geest die in hem de vrucht voortbrengt overeenkomstig het karakter dat men van een christen mag verwachten. Kortom, niemand kan gered en hersteld worden zonder het 'bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest' (Titus 3:5).

Het aandeel van de Heilige Geest in het verlossingswerk is onmiskenbaar. Dat is ook de reden dat veel kinderen van God oprecht zoeken naar een leven vol van Gods kracht. Het is alleen door deze kracht dat zij werkelijk getuigen van Jezus Christus kunnen zijn. Vandaar dat men zoekt naar de doop in de Geest, die de gelovige in staat stelt om zondaars tot Jezus te brengen. Overal in de wereld gebeurt hetzelfde: waar de Heilige Geest over Gods kinderen in grote volheid wordt uitgestort, komen grote aantallen zondaars tot geloof!

Zonder de bijstand van de Trooster die de prediking van het Woord bevestigt met wonderen en tekenen, zou het onmogelijk zijn een wereld voor Christus te winnen. Zonder de hulp van de Heilige Geest is het onbegonnen werk de gemeente van de Heer te willen bouwen in een wereld die steeds perverser en vijandiger wordt.

Klopt dat wel?

'Wie zijn dezen.... en vanwaar komen zij?', vroeg de ziener van Patmos, toen de Heer hem in een visioen 'de grote schare die niemand tellen kon' liet zien. Het antwoord dat hij kreeg, luidde dat dit de gelovigen waren die uit de 'grote verdrukking' zouden komen (Openb.7:9-14). Deze miljoenen zouden hun gewaden wassen en wit maken in het bloed van het Lam. En ze zouden standhouden, hun Heer trouw blijven, ondanks de meest verschrikkelijke oordelen die over de wereld zouden gaan.

Is het denkbaar dat deze ontelbare scharen ooit tot geloof zullen komen zonder de aanwezigheid van een gemeente die bekleed is met kracht van Gods Geest om het evangelie te verkondigen?

Sommige christenen hangen een 'leer der laatste dingen' aan, die ervan uitgaat dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt opgenomen. Deze opvatting stelt ons echter voor een groot probleem: als de gemeente van deze wereld wordt weggenomen, zal datzelfde ook met de Heilige Geest gebeuren. De grote vraag is dan: hoe zal die schare die niemand tellen kan, ooit tot geloof komen zonder de kracht van de Heilige Geest? De gevolgtrekking die men hier moet maken, zal voor sommigen pijnlijk zijn: òf de aanhangers van deze school hebben het bij het verkeerde eind door de opname vóór de grote verdrukking te plaatsen, òf we moeten er van uitgaan dat het aandeel van de Heilige Geest in de redding van zondaren helemaal niet zo relevant is als we denken. In het laatste geval komt de leer van de redding zoals we die aanvaarden wel op een heel wankele basis te staan. En bovendien zouden we het eigenlijk net zo goed zónder de vernieuwing door Gods Geest kunnen stellen zoals die in pinksterkringen zo nadrukkelijk wordt nagestreefd.

Zou de gemeente opgenomen worden, dan betekent dit dat de wereld achterblijft in een geestelijke duisternis, zoals men die nog niet heeft gekend. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zal er geen enkele getuige van Jezus in de hele wereld zijn. Dus zal er definitief een punt worden gezet achter de prediking van Gods Woord en al het zendingswerk zal gestaakt zijn. De grote vraag is nu: hoe zal de 'menigte die niemand tellen kan' uit alle naties, stammen, volken en talen worden gered, als er geen gemeente meer is die hun het evangelie predikt in de kracht van de Heilige Geest? En dat in het relatief korte tijdsbestek van enkele jaren. Men neemt toch immers aan dat de 'grote verdrukking' slechts drie en een half jaar zal duren. Ook is het duidelijk dat deze ontelbare schare zich nog niet bekeerd had, toen Gods Geest nog werkzaam was in zijn kinderen. Zij zouden dan immers samen met de gelovigen zijn opgenomen. Hoe is het nu mogelijk dat miljoenen tot geloof komen - niet in de tegenwoordigheid van de gelovigen die vol zijn van de Heilige Geest - maar juist tijdens hun afwezigheid... We hebben hier te maken met een theorie die het mogelijk acht dat er uit alle volken een ontelbare menigte wordt gered zonder evangelisatie, zonder de aanwezigheid van de Heilige Geest, zonder de prediking van gelovigen, zonder zending en zonder gemeente. En dat alles in een situatie van duivelse duisternis zoals de wereld deze tot dusver niet heeft gekend.

Gered door lijden?

Sommigen trachten de redding van de grote menigte te verklaren met theorieën die precies het tegenovergestelde zeggen van wat de Schrift onderwijst. Eén daarvan is bijvoorbeeld de gedachte, dat deze mensen tot geloof zullen komen door het ontzaglijke lijden dat de grote verdrukking met zich mee zal brengen. Is het werkelijk mogelijk dat miljoenen door verschrikkelijk lijden tot Christus geleid worden? Een dergelijke voorstelling van zaken voert ons terug naar de middeleeuwen, naar de tijd van de Reformatie, toen de kerk leerde dat het menselijk lijden het middel was waardoor aan Gods gerechtigheid werd voldaan. En het de martelaren waren die honderdvoudig vrucht voortbrachten. Er bestaat evenwel geen enkele bijbelse basis voor zulk een leer. We moeten haar dan ook met grote beslistheid verwerpen. Als het menselijk lijden iets positiefs zou zijn dat de mens dichter bij God brengen moet, zou Jezus niet met de Heilige Geest en met kracht zijn gezalfd om hen te genezen die door de duivel overweldigd waren. Hij zou ook zijn discipelen niet hebben uitgezonden om het evangelie van het Koninkrijk te prediken met de opdracht om zieken te genezen, doden op te wekken, melaatsen te reinigen en demonen uit te drijven. Het verlichten van het lijden zou in het evangelisatiewerk een averechtse uitwerking hebben als het lijden de mens zou kunnen helpen bij zijn redding.

Het is juist het boek Openbaring dat er getuigenis van aflegt hoe geen enkele verdrukking hoe verschrikkelijk die ook mag zijn, in staat zal zijn om de wereld tot bekering te brengen. 'En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet meer te aanbidden, en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden... En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven... en zij kauwden op hun tong van pijn, en lasterden de God des Hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken' (Openb.9:20,21; 16:9,11).

De redding van het verlorene wordt altijd verwezenlijkt door het Woord van God. Jezus Zelf zei: 'Een ieder die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij' (Joh.6:45). 'Naar zijn raadsbesluiten heeft Hij ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen' (Jac.1:18). Zonder de prediking van het evangelie is het onmogelijk dat iemand tot geloof komt en gered wordt (Rom.10:14-17).

De theorie dat de schare die niemand tellen kan, gered zal worden vanwege de verdrukking en hun martelaarschap (er staat trouwens nergens dat ze gemarteld zal worden!) is een ontkenning van de bijbelse leer, dat de prediking het middel is waardoor God de verlorenen redt. 'Het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven'

(1 Cor.1:21).

Als 'de grote verdrukking' het middel zou kunnen zijn om een 'schare die niemand tellen kan' te redden uit alle volken, zit er iets verkeerd met de duidelijke uitspraken van de Bijbel en kunnen we beter ophouden met ons in te spannen voor zending en evangelisatie. Bovendien is het dan ook weinig zinvol om met zoveel aandrang te zoeken naar een doop in de Heilige Geest.

Wie verkondigde het evangelie?

Als we de leer over de redding zoals die in het Nieuwe Testament tot ons komt, recht willen doen, moeten er tijdens de grote verdrukking mensen zijn, die het evangelie prediken in de kracht van de Heilige Geest. Wie zouden deze predikers moeten zijn, als alle dienstknechten met de Heer al werden opgenomen?

Sommigen geven hun fantasie de vrije loop door te veronderstellen dat in die tijd engelen uit de hemel het evangelie zullen verkondigen. Een dergelijke bewering is evenwel volkomen vreemd aan het onderwijs van Christus. Nog nimmer heeft een engel het evangelie kunnen verkondigen. De apostel Petrus zegt, dat ze daar ook weinig van begrijpen en een blik zouden willen slaan in de dingen waar het evangelie betrekking op heeft (1 Petrus 1:12). Engelen zijn boodschappers van de Heer, die slechts zo nu en dan tot taak hebben boodschappen aan de gelóvigen te brengen. Maar zijzelf hebben geen enkel begrip van wat het betekent om gered te zijn, en de geestelijke waarheden aangaande de redding kunnen zij dan ook niet doorgronden. Zij hebben geen deel aan de goddelijke natuur, zoals dat bij ons het geval is. Daarom is het voor hen onmogelijk om Christus aan de volken bekend te maken. Dit is het exclusive voorrecht van mensen die de Heilige Geest hebben ontvangen.

Anderen stellen dat de Joden gebruikt zullen worden bij de redding van de schare. Maar aangezien het dan Joden moeten zijn, die niet samen met de gemeente opgenomen werden, moeten we wel tot de conclusie komen dat deze pas tijdens de grote verdrukking tot bekering komen. Hoe zouden zij dan gered zijn? Zowel de Jood als de heiden moet gered worden door het geloof in het evangelie! 'Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof (Rom.3:30).

Als de verdrukking een middel zou zijn om ongelovigen te veranderen in vurige predikers van het evangelie, waar zijn dan de duizenden Joden die na de Tweede Wereldoorlog, als gevolg van de verdrukking die zij ondergingen, Christus' boodschap tot de volkeren gebracht zouden moeten hebben.?

Deze theorie is niet alleen onbijbels, zij is historisch gezien onhoudbaar. Om gered te worden hebben de Joden de Gemeente van Jezus Christus nodig die hun de boodschap van het evangelie brengt door haar getuigenis in de kracht van de Heilige Geest.

De schare die niemand tellen kan, vormt het grote bewijs voor de aanwezigheid van de gemeente in de tijd die de Bijbel 'de grote verdrukking noemt'. En dan geen vreesachtige en verslagen gemeente, maar een schare overwinnaars, die zijn loopbaan in deze wereld heeft volbracht.

'En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn' (Matth.24:14).

zie voor andere artikelen kvooverz