kvo 47e jaargang nummer 1 januari 1983

J.E.v.d.Brink

DE LOSPRIJS

Voor God gekocht

Meer dan tien jaar geleden schreef ik de artikelenserie 'De geestelijke wereld in gelijkenissen', die later als boek werd uitgegeven. In mijn uitleg van de gelijkenis over de schat in de akker ging ik in op de losprijs, die Jezus betaald heeft, teneinde ons los te kopen uit de macht en het bezit van satan. Onze Heer kon het Koninkrijk Gods dat in de schepping lag verborgen, niet te voorschijn brengen, indien de wereld niet zijn eigendom was. Dit Koninkrijk verzekert de zuchtende schepping rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest (Rom.14:17). Jezus moest de akker kopen van de overste der wereld die er heerschappij over voerde. In de onzienlijke wereld zijn vaste wetten en het gaat er bij God rechtvaardig aan toe. Zijn rechtvaardigheid eiste dat er niets zou toegeëigend worden, wat niet wettig opnieuw in zijn bezit was gekomen. Er moest een transactie plaatsvinden, er moest gekocht en betaald worden.

Op aarde bezat onze Heer geen schatten, want Hij sprak: 'De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen'. In de onzienlijke wereld was Hij evenwel rijk. Hij was niet alleen een gaaf vlekkeloos Lam,maar was ook de enige die aan het doel van God beantwoordde. Alles wat Hij bezat, was dit kostbare leven,de parel van grote waarde, en Hij bood dit aan als losprijs voor de wereld.

Voordat de tijd van Jezus'lijden en sterven aangebroken was, stelde Hij Zich voor de Vader en ten aanhore van zijn discipelen zei Hij: 'De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden'. Onmiddellijk erop vervolgde Jezus, dat de graankorrel in de aarde zou vallen en sterven, om veel vrucht voort te brengen. Hij wilde immers zijn kostbaar leven overgeven aan de Vader om te dienen als schuldoffer voor de ganse wereld. Anders zou Hij alleen moeten blijven als waar geestelijk mens. Door zijn sterven zou Hij velen tot gerechtigheid brengen. Wie van de gekochten Hem zou willen dienen, zou dan daar komen waar ook zijn meester was en de Vader zou zo'n volgeling eren. Jezus wist dat dit een moeilijke ure zou worden, maar zijn overgave was absoluut, want Hij zei: 'Vader, verheerlijk uw naam'. Toen klonk de stem van de hemelse Vader: 'Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem nogmaals verheerlijken'. Jezus concludeerde toen: 'Nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden', dus overwonnen (Joh.12:23-31). Hieruit blijkt dat in dit gebeuren de duivel ten nauwste was betrokken. Van toen af aan wist Jezus 'dat de Vader Hem alles in handen had gegeven', dit wil zeggen dat Hij de plaats en de functie had ontvangen, die God bij de schepping aan de volmaakte mens had toegedacht. In een beeld toonde Jezus nog aan zijn discipelen dat Hij zijn leven ging uitstorten als dienstknecht voor allen. Hij begon hen de voeten te wassen. Daarna stelde Hij de vraag of zij de bedoeling ervan hadden verstaan (Joh.13:1- 13). Jezus stond gereed om zijn leven in te zetten voor zijn vrienden en Hij had de gehele wereld lief!

Nu is het zo dat bij de gelijkenis van de schat in de akker evenals bij de meeste gelijkenissen, geen uitleg staat. Bij de verklaring ervan moet men dus te rade gaan bij andere schriftgedeelten en bij de kennis die men heeft van Het Koninkrijk der hemelen, want daar gaan de gelijkenissen in Mattheüs 13 over. Men moet dus geen verklaring zoeken in de natuurlijke wereld. De hoofdgedachte is dat de akker gekocht wordt om de schat te verkrijgen. Is het daarom vreemd dat ik hier de uitspraak van Jezus overnam: de akker is de wereld. Zij werd gekocht met zijn leven, teneinde de rijkdommen van het Koninkrijk Gods ons te doen toekomen. Deze verklaring wordt ondersteund door het nieuwe gezang van de vertegenwoordigers van de gemeente in de hemel. Zij belijden: 'Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie' (Openb.5:9). Ik mag dus lezen: Jezus heeft ons voor God gekocht. Wanneer ik een fiets voor mijn kind koop, betaal ik de prijs ervan aan de winkelier aan wie de fiets toebehoort. De fiets geef ik dan aan mijn kind. Wanneer Jezus de wereld of de mensheid ten behoeve van de Vader koopt , betaalt Hij de prijs ervan niet aan zijn Vader, maar aan de overste dezer wereld, die de mensheid in zijn bezit had gekregen. Na de prijs betaald te hebben is dan de Vader de rechtmatige eigenaar van de wereld en alles wat hierbij behoort.

Door zijn zonde had Adam zich in dienst gesteld van de boze en hij verloor toen zijn koningschap over de aarde. Daarom kon de satan tot Jezus zeggen: al de macht en de heerlijkheid van de koninkrijken dezer wereld zijn mij overgegeven (Luc.4:6). In Romeinen 8:20 lees ik: 'De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van hem (Adam) die haar daaraan onderworpen heeft'. De Statenvertaling heeft 'om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft'.

Losprijs duidt op transactie

De aarde is onder de heerschappij van de boze gekomen. Wij worden allen in bezet gebied geboren, want Adam bleef geen heer en meester die de hof bewaakte, maar werd een collaborateur of een medewerker van de vijand. Hij haalde de bezetter binnen en deze ontleent dus zijn rechten aan de overtreding van de eerste mens. Ieder mens bevindt zich dus op het domein van de overste dezer wereld. Wanneer hij bij het opgroeien begint te zondigen, wordt hij bovendien nog een slaaf van de zonde, dus het eigendom van de boze. Hij is dan een deel van diens bezit. Wij weten dat alle mensen door verleiding of onder pressie van de boze gezondigd hebben en daarom moeten ook alle mensen worden vrijgekocht uit het bezit van de satan.Jezus zegt uitdrukkelijk: 'Een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde' (Joh.8:34). De boze is dus de eigenaar van iedere zondaar. Daarom moet de mens worden vrijgekocht. Er moet een losprijs voor de slaaf worden betaald aan zijn bezitter.

Ook gaat de duivel op zijn terrein rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden, dus tot zijn eigendom kan maken (2 Petr.5:8). In de geschiedenis van Job lees ik, dat de satan voor God verschijnt. Deze vroeg hem: 'Vanwaar komt gij?' Het antwoord was: 'Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb' (Job 1:7). Zo is het Koninkrijk der hemelen ook gelijk aan een koopman, die schone parelen zoekt, dus gelijk aan de vijand die op zijn kruistocht mensen zoekt. Dit is dus de gang van zaken in het Koninkrijk der hemelen, waartoe ook de innerlijke mens behoort. Vroeg of laat krijgt de duivel alle mensen onder zijn beslag. Voor Gods Koninkrijk worden zij dan 'onnut' (Rom.3:12).

Jezus heeft de mensheid gekocht om haar aan de oorspronkelijke bezitter terug te geven, namelijk aan God. Bij kopen en verkopen gaat meestal een onderhandeling vooraf, denk bijvoorbeeld aan Abraham, die de spelonk van Machpela kocht van Zofar de Hethiet (Gen.23). Toen de wereld voor God gekocht was met het bloed of het leven van zijn Zoon, stelde de Vader deze Zoon als zijn zaakwaarnemer aan. Hij werd de tweede of laatste Adam. Deze geestelijke mens werd koning in hemel en op aarde. Hij kreeg er alle macht. De mens wordt dus eerst gekocht en daarna vrijgemaakt. Wanneer iemand diep in de schuld zit, moet hij eerst iemand vinden die zijn schuld betaalt en dan kan hij pas een nieuw leven beginnen. Jezus verlost en herstelt de vrijgekochte mens door zijn Geest uit de hand van al zijn vijanden, opdat hij Hem kan dienen al de dagen van zijn leven (Luc.1 :74,75).

Op de vraag waarom God bij alle leed en ellende die de satan bewerkt, niet ingrijpt, is het antwoord dat God zijn Koningschap opnieuw overgedragen heeft aan de mens, de nieuwe Adam. Deze zoekt nu medearbeiders, die opgevoed worden tot zonen Gods. Zij zullen de zuchtende schepping bevrijden. (Rom.8:19).

Paulus schreef aan mensen die eertijds diep in de zonden hadden geleefd: 'Gij zijt gekocht en betaald' (1 Cor.6:20). Spelender wijze gebruikte ik voor deze onderhandeling van God met de boze, het woord transactie, dat is een wederzijdse overeenkomst, waarbij een uitwisseling van zaken of rechten plaatsvindt (van Dale). Waar in de gelijkenis sprake is van een koopman, is dit woord op zijn plaats. Paulus gebruikte het woord 'losprijs', een uitdrukking die ontleend is aan de slavenhandel Hij schreef: 'de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen' (1 Tim.2:6). Jezus zelf sprak: 'De Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs'. De los-prijs heeft Jezus natuurlijk niet betaald om de mens los te kopen van God, maar juist om hem bij God te brengen.

Werd Jezus slaaf van de boze

In Mattheüs 10:28 zegt de Heer: 'Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor hem, die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel'. Nu is God niet de verderver maar de duivel. Deze had de macht over de dood, maar Jezus heeft hem onttroond, opdat Hij allen zou bevrijden die tot slavernij waren gedoemd (Hebr.2:14,15). Het gaat hier dus over een bevrijdingsproces van de kinderen Gods. Zij hebben déél aan de opstanding (Openb.20:6). Dit proces begint bij de wedergeboorte en eindigt bij de opstanding van de doden. Bovendien werd in dit verband ook nog door de Heer gezegd, dat de discipel niet boven zijn meester staat of een slaaf boven zijn heer (Matth. 10:24,25). Wat de Heer zijn discipelen voorhield, gold in de eerste plaats Hemzelf. In de hof van Gethsémane kwam er over Jezus een grote vrees, niet om wat de mensen Hem zouden aandoen, maar Hij wist Zich van God verlaten en belaagd door de demonenlegers, die ook zijn ziel wilden doden en verderven. Het was de ure der duisternis. Op het kruis werd Hij omringd door stieren en buffels van Basan. Hij zag hoe een verscheurende en brullende leeuw op Hem aanstormde. Talrijke honden omringden Hem (Ps.22:13-17). Al deze dieren waren het beeld van boze geesten. Jezus was toen de losprijs die door de Vader werd betaald om de mensheid vrij te kopen; daarom stormde de machten op Hem aan om ook zijn innerlijke mens tot hun prooi te maken. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren zoon gegéven heeft' (Joh.3:16). Het grote reddingsplan ging van God uit. Hij stelde de boze voor om zijn gave en heilige Zoon in te ruilen voor een beschadigde mensheid die met schuld was beladen. Hij sprak tot de satan evenals Hij dit eenmaal bij het lijden van de rechtvaardige Job gezegd had: 'Zie, Hij zij in uw macht' (Job 2:6). Als bezitter kon immers de boze van de wereld zeggen: 'Ik geef haar wie ik wil' (Luc.4:6) God geloofde dat de mens zo goed was geschapen, dat te allen tijd herstel mogelijk was. Daarom kocht Hij de geschonden wereld terug. De duivel geloofde niet in het herstel van de mens en daarom was deze transactie tegelijkertijd een geloofsstrijd tussen God en de duivel. Jezus bezat het geloof van God, want 'om de vreugde, welke vóór Hem lag, heeft Hij het kruis op zich genomen' (Hebr.12:2). In zijn blijdschap erover kocht Hij de akker.

Jezus was tijdens de ure der duisternis aan de boze overgeleverd en deze trachtte Hem naar lichaam en ziel te doden. Petrus schreef dat Jezus 'onze zonden in zijn lichaam op het hout heeft gebracht' en 'dat Hij werd gedood naar het vlees' (1 Petr.2:24 en 3:18). Zijn ziel bleef evenwel ongeschonden. De duivel kreeg geen greep op zijn innerlijke mens. Hij trachtte Jezus ongehoorzaam te maken aan de wil van de Vader, toen de door Hem geïnspireerde voorbijgangers spottend zeiden: 'Red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt; en komaf van het kruis Matth.27:40). Jezus was dus wel in de macht van de vijand, maar deze kon Hem niet doen zondigen. Daarom werd Jezus in zijn bitter lijden geen slaaf, want alleen wie de zonde doet, is een slaaf van de boze! Zelfs op het kruis heeft onze Heer geen zonde gekend of gedaan en was er geen bedrog in zijn mond!

Toen Jezus stierf en zijn lichaam in het graf gelegd werd, kon Hij naar zijn innerlijke mens als overwinnaar in het dodenrijk neerdalen. Bij zijn sterven riep Hij uit: 'Het is volbracht!' Zijn taak als Lam van God was toen ten einde en de geest van Jezus, die zijn lichaam verliet, werd weer opnieuw verbonden met de Heilige Geest, die Hem verlaten had. Hij werd 'levend gemaakt naar de geest' (1 Petr.3:18), Zijn geest kwam in Gods handen, die het beeld vormen van de Heilige Geest. Jezus kwam niet als slaaf uit het dodenrijk, maar als de grote overwinnaar. Hij was wel overgeleverd aan de machten der duisternis, maar Hij was nimmer hun slaaf.

Heeft Jezus zijn offer aan God gebracht?

Staat er dan niet in Hebreeën 9:14, dat Christus 'Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft'? Uit het verband blijkt dat Christus als hogepriester met zijn eigen bloed het heiligdom inging (vers 12). Toen Hij voor God verscheen, had Hij zijn offer al gebracht! Zo slachtte de aardse hogepriester het offer niet in het heilige der heiligen, maar het werd in de binnenste voorhof geslacht. Jezus bracht dus zijn 'volbracht' offer tot de Vader. Het hier gebruikte werkwoord betekent toedragen, brengen naar of aan. (Volgens de Sprachliche Schlüssel: darbringen). Jezus ging het hemelse heiligdom binnen om te laten zien, dat de geroepen heiligen de belofte der eeuwige erfenis in ontvangst konden nemen. Zij hadden er recht op (vers 15). Jezus maakte in de hemel melding van de dood van de erflater. Toen kon het testament in werking treden. Er staat in vers 16: 'Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden'. Het Lam stond na zijn overwinning voor God als geslacht en toen kon de boekrol, het herstelplan van God, worden geopend! (Openb.5:5-7).

Aan het kruis was Jezus tot een vervloeking geworden, dit wil zeggen dat Hij daar 'ver verwijderd was van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte' (2 Thess.1:9). Aan het kruis was Hij ook als tweede Adam 'in ballingschap'. Nadat Hij de losprijs betaald had ,riep Hij uit: 'Het is volbracht!' Als overwinnaar ging Hij toen het dodenrijk in en stond ten derde dage op uit de doden en daarna voer Hij ten hemel. Toen ging Hij als hogepriester het hemelse heiligdom binnen met zijn eigen bloed.

God voorzag Zichzelf van een lam ten brandoffer (Gen.22:8). De boze aanvaardde dit offer, omdat hij niet geloofde dat God al die verbrande stenen tot leven zou kunnen wekken (Neh.4:2). Hij wisselde vele vuile centen in tegen de waardevolle gouden munt, vele minderwaardige parels tegen de parel van grote waarde.

In 2 Corinthiërs 5:19 staat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. Van Gods zijde is er alleen genade. Hij kocht de vijandige wereld vrij door het bloed van zijn Zoon en zo verzoende Hij haar met Zichzelf. God vroeg geen offer maar bracht het offer! Ja, Hij rekende de overtredingen zelfs niet toe. Daarom moeten wij ook de zonde niemand toerekenen, want ons is het woord der verzoening ook toevertrouwd. Het woord verzoening ziet hier op het herstel van de verstoorde verhouding. Van Gods zijde werd geen offer gevraagd, want Hij vergaf de schuld en rekende de mens niets toe. Deze was voor Hem niet-toerekeningsvatbaar zoals dit bij een kind ook het geval is. Dit leeft immers in de tijd der onwetendheid, zoals zovelen die het evangelie van Jezus Christus nooit gehoord hebben. Paulus sprak tot de Atheners: 'God dan verkondigt,met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen', dat is: tot God moeten terugkeren (Hand.17:30). Jezus bad voor zijn moordenaars: 'Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen' (Luc.23:34). Stefanus 'riep met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe!' (Hand.7:60). Paulus schreef: 'Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof gedaan heb, en zeer overvloedig is de genade van onze Heer geweest' (1 Tim.1:13,14). God vraagt geen bloed, want Hij is enkel goed. De bloedige offers die in het oude verbond gebracht werden, en aan het vuur ten prooi vielen, waren alle schaduwen of beelden van het offer van Christus.

In Hebreeën 10:20 staat, dat wij 'volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg'. Deze weg heet de heilige weg en geen onreine zal erop wandelen (Jes.35:8). Wanneer wij met het rijk der duisternis verbonden zijn, kunnen wij niet ingaan, want 'hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil?' (Hebr.2:13). Op deze weg kunnen wij het ons niet permitteren te zondigen, 'want wie de naam des Heren aanroept, breke met de ongerechtigheid' (2 Tim.2:19). Wie willens en wetens zondigt,heeft de duisternis liever dan het licht, en wie deel heeft gehad aan de Heilige Geest en aan zijn gaven, en het goede woord Gods en de krachten der toekomend eeuw heeft gesmaakt, en tot afval komt, dus de heilige weg verlaat, zondigt niet meer in onwetendheid. Zo'n persoon kruisigt of verwerpt wat dit betreft opnieuw de Zoon van God (Hebr.6:4-6).De weg der verlossing is alleen voor hen, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

Wat leerden de eerste christenen?

De transactieleer werd meer dan duizend jaar door het oorspronkelijke christendom aangehangen. Pas toen het grote verval intrad, kreeg men de zogenaamde genoegdoening-leer. In zijn 'Systematic Theology' schrijft de gereformeerde theoloog dr.Louis Berkhof over de 'losprijs-aan-satan-leer': 'Deze is gebaseerd op het eenvoudige begrip, dat de dood van Christus een losprijs aan de satan inhield, teneinde de claim weg te nemen die hij op de mens had. Origenes was de voornaamste verdediger van deze theorie. Hij leerde dat de satan bedrogen uitkwam, omdat hij niet in de tegenwoordigheid van de heilige Christus kon vertoeven en niet in staat was zijn greep op Hem te bestendigen. Deze theorie vond bijval bij vele kerkvaders, hoewel deze niet altijd (evenals wij) dezelfde bewoordingen gebruikten. Deze leer bleek zo ingeburgerd te zijn, dat ze tot in de dagen van Anselmus werd verkondigd. Daarna werd ze ongepast gevonden en verdween langzamerhand, omdat ze geen steun vond bij de intellectuelen.

Mackintosh noemt deze leer de populaire theorie van de vroege kerk'.

Ik was blij te lezen dat mijn uiteenzettingen over de verzoening overeenkwamen met de gedachtengang van de eerste christenen. De Christelijke Encyclopedie schrijft onder het trefwoord 'genoegdoening': 'of kunnen we zinvol de vraag stellen, aan wie Christus betaald heeft: aan de duivel (zo heeft de oudste christenheid vooral gemeend) of aan God (Augustinus,Anselmus van Canterbury en de gereformeerde theologen)?'

In dezelfde encyclopedie las ik onder Anselmus van Canterbury (1033-1109): 'Hij leerde dat de zonde een aanranding is van de ere Gods, dus een ware majesteitsschennis, welke noodwendig straf vordert en wel de dood van de ganse mensheid óf genoegdoening. Wanneer deze genoegdoening aangebracht werd, moest ze volkomen zijn en dus een oneindige waardij bezitten. Omdat God een volmaakte genoegdoening eiste en de mensheid die niet geven kon, moest God zelf, de tweede persoon in het goddelijk wezen, mens worden, om door zijn verdienste de mens te verlossen. Zijn genoegdoening bestaat niet in zijn zedelijk handelen, waartoe Hij als mens evenals wij allen,verplicht was, maar wel in zijn onschuldig lijden en sterven, waartoe Hij als Heilige niet verplicht was. De Vader rekent de verdiensten van Christus aan zondaren toe, die zelf tot genoegdoening onbekwaam zijn en om Jezus'wil vergeeft Hij hun de schuld en scheldt hun de straf kwijt'.

Toch merkt deze encyclopedie op, dat de term 'genoegdoening' enorm veel verzet wekt: 'Dit zou immers een Umstimmung, dat is een verandering van Gods gezindheid, een anders-stemmen, insluiten. God was eerst toornig,maar nu is dit voorbij, want Christus heeft genoegdoening geschonken. God is echter nooit 'object', maar altijd 'subject' en zulk een Umstimmung is ondenkbaar'. Vandaar de vraag van deze encyclopedie: 'Hoe moeten we ons alles concreet voorstellen? Valt er hier iets voor te stellen?'

Hoe verder men zich verwijderd van de leer der eerste christenen, hoe verder men ook van de waarheid afraakt. Dit is zeker, dat de vroege christenen met de Heilige Geest waren gedoopt en zij nog inzicht hadden in het Koninkrijk der hemelen. Zij hanteerden de sleutels der kennis van dit evangelie.

Anselmus leefde in een tijd van groot verval. Hij voelde zich aangetrokken tot het kloosterleven en hij was het, die het huwelijk der priesters verbood. De vreemde uitleg dat de christen bij het zich toeëigenen van de schat in de akker 'kosten noch moeite mag sparen en zich elk offer moet getroosten, zelfs dat van zijn leven', is ontstaan bij de Franciskaner monniken, die de gelofte afgelegd hadden van armoede en onthouding. Deze exegese werd door bepaalde protestanten en ook wel pinkstermensen nagepraat en overgenomen, doch zelden of nooit toegepast. Deze verklaring heeft te maken met aardse zaken en niet met het Koninkrijk der hemelen.

Niemand kan het heil kopen, want dit wordt uit genade geschonken. Geestelijke goederen verwerft men niet door het zichtbare als ruil aan te bieden. Wat zou trouwens de mens geven in ruil voor zijn leven? (Matth.16:26). De verloren zoon had niets aan zijn vader te bieden en niets te verkopen. Evenmin als Saulus op de weg naar Damascus. Men beroept zich weleens op Paulus, die in Filippenzen 3:7,8 schrijft: 'Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen'. Maar de apostel werd een kind van God op de weg naar Damascus en zegt, 'dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem. Maar hierdoor is mij ontferming bewezen' (1 Tim.1:12-16).

Er staat wel 'om Zijnentwil heb ik 'dit alles' prijsgegeven'. Men moet 'dit alles' niet weglaten, want dit ziet op zijn vertrouwen op zijn afkomst, op zijn besnijdenis, op zijn gerechtigheid die hij meende te bezitten door de inzettingen der vaderen te onderhouden. Al deze zaken waren blokkades voor hem om verder op de weg des heils te wandelen.

Sommigen leren dat Christus ons vrijkocht van de wet. Zij beroepen zich op Galaten 4:4 waar staat: 'Om hen die onder de wet waren, vrij te kopen'. Wij worden niet van de goddelijke wet vrijgekocht, want deze wordt juist door de Geest in ons hart geschreven. Zij die evenwel onder de wet van Mozes waren, die de armelijke en zwakke werelgeesten gebruiken moesten, werden vrijgekocht van de claim van de boze. Ditzelfde geschiedde trouwens ook met hen die niet onder de wet van Mozes waren, want de losprijs betrof alle zondaren (1 Tim.2:6). Christus heeft ook niet de wet van God aan het kruis genageld, want deze heeft Hij juist vervuld, en haar eis wordt ook in óns vervuld, indien wij naar de Geest leven (Rom.8:3). In Colossenzen 2 schrijft de apostel evenwel over de dwaasheid van de menselijke inzettingen. Het oude verbond werd op het kruis voor verouderd en verjaard verklaard en de wet van de schaduwen en van de inzettingen werd daar buiten werking gesteld.

Vergeving en rechtseis

De genoegdoeningleer gaat van het standpunt uit: voor wat, hoort wat. Daarom wordt ze in de theologie aangeduid als commerciële theorie. Dit houdt toch ook een transactie in! Men stelt het zo voor dat Gods toorn, welke werd opgewekt door de vele overtredingen van zijn wet, alleen kon worden gestild door het bloed van zijn Zoon. God wilde dus bloed zien vloeien als genoegdoening. Om een voorbeeld te geven: een vader heeft vier jongens. De oudste zoon is een volmaakt gehoorzaam kind, maar de drie anderen zijn echte deugnieten. De oudste zoon wordt nu het middel dat zijn broers tot verandering komen en hun schuld bij hun vader belijden.Deze is hier wel blij mee, maar zegt toch: luister,die jongens hebben mij zolang getreiterd, dat ik mijn rechtmatige gram op hen wil halen. Ze zullen ervoor boeten. De oudste zoon stelt dan maar voor dat zijn vader hem straft in de plaats van zijn broers. De vader was dus beledigd en zijn rechtsorde jarenlang verstoord. Er moest een straf volgen en deze kwam op de oudste zoon terecht. Op deze wijze zou de rechtsorde hersteld zijn. Straf en pijn konden haar in orde maken. Een kind van mij dat iets kwaads had gedaan, zei: sla mij maar, ik heb het verdiend. Het goedmaken gaat evenwel door belijdenis van schuld, door liefde en door vergeven! In 1 Johannes 1:9 staat, dat God getrouw is aan zijn schepping die Hij niet prijsgeeft en ook rechtvaardig is, wanneer Hij ons de beleden zonden vergeeft. Hij is immers onaantastbaar voor het kwade, wordt er niet door gekwetst of gekrenkt, maar staat er volledig boven. Met straffen zou God alleen maar de ellende vermeerderen. Zijn enig doel is het behoud en de verlossing van de mens. God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Hoe zou Hij dan straffen kunnen bedenken?

Onze Heer sprak: 'Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden' (Joh.20:23). Bij vergeving behoort geen straf. Vergeving betekent: kwijtschelden, niet toerekenen, geen compensatie of genoegdoening eisen. Paulus schreef: 'Maar weest jegens elkaar vriendelijk, barmhartig, elkaar vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft' (Ef.4:32). Er staat: 'de goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig' (Jes.55:7). De profeet voegde er nog onmiddellijk aan toe dat God anders denkt dan de aanhangers van de genoegdoening-leer: 'want mijn gedachten zijn hoger dan uw gedachten!'

De verloren zoon beleed: 'Vader,ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u,ik ben niet meer waard uw zoon te heten' (Luc.15:18). Deze vader zegt dan niet: ja jongen, dat is allemaal mooi en best, ik zal je wel vergeven, maar tot straf moet je een tijd lang het minste en vuilste werk doen. Je vraagt er toch zelf om als knecht te worden behandeld. De vader die Jezus ons schilderde was evenwel met ontferming bewogen. Zijn jongen kreeg nieuwe kleren en schoenen, en een kostbare ring aan de hand. Verder lees ik niet van een verootmoedigings-samenkomst waar boete werd gedaan, maar wel van een geweldig feest met muziek en zelfs dans, dat ter ere van de teruggekeerde zondaar werd gegeven!

Indien een van mijn kinderen door een slecht individu zou verleid worden en vrijwillig met hem meegaat, dus in zijn bezit komt, is mijn rechtsgevoel gekwetst. Een ander gaat er immers met mijn kind vandoor. Hij misbruikt mijn kind. Mijn rechtsgevoel eist dat hij van mijn kind moet afblijven. Denk eens aan ouders die hun aan drugs verslaafde kinderen willen terughalen uit de duistere omgeving waarin zij verkeren. Wanneer zo'n kind dan meegaat, wordt er feest gevierd, want dan is de basis gelegd voor bevrijding.

Het is duidelijk dat de leer der genoegdoening de duivel buiten spel zet. Deze probeert altijd buiten schot te blijven en de mens als schuldige voor te stellen, zo zelfs dat hij beweert dat wij allen in zonde ontvangen en geboren zijn. Wie nog over de duivel spreekt, zou middeleeuws denken en behoort gewis niet tot de intellectuelen, die de transactieleer verwerpen.

Wat heeft de genoegdoening-leer voor praktisch gevolg? Wanneer wij in een strijd zijn gewikkeld om een kind, om een man of een vrouw, om onszelf, zeggen wij: duivel, je hebt geen recht op hen of ons. De mens is immers gekocht door het bloed van het Lam Gods. De slavenhouder is zijn claim kwijt. In zo'n worsteling bidden wij: 'Doe mij recht, Here, tegenover mijn tegenpartij'. In de leer van de genoegdoening is er geen ruimte voor bevrijding uit het bezit en de macht der duisternis. Wanneer wij zeggen: satan, je hebt geen recht op mij, luidt zijn antwoord op grond van de leer der genoegdoening: waarom niet. Ik stond immers buiten het lijden en sterven van Christus. Dat was een commerciële handeling tussen de Zoon en de Vader. Deze eiste een bloedig offer om zijn gramschap te stillen. Ik heb daar verder niets mee te maken. Mijn slaven zijn niet vrijgekocht!

Toen God ons vrijkocht met het leven van zijn Zoon, was dit, omdat Hij het bezit van de boze respecteerde. Hij hield Zich streng aan zijn wet: gij zult niet stelen. Hij pleegt nooit geweld, maar door de transactie met de boze werd Hij op rechtmatige wijze eigenaar van de wereld. 'Ja, zijn liefde zocht ons, en zijn bloed dat kocht ons. Door genade ben'k een kind van God', want God is enkel goed!

Zie voor andere artikelen kvooverz