kvo 46e jaargang nummer 13 november 1982

J.E.v.d.Brink

De tweede komst van Christus

Komende in het vlees

Terwijl de profeten niet duidelijk onderscheid maken tussen de eerste en de tweede komst van Christus, heeft Jezus meermalen gezegd, dat zijn eerste komst zal worden gevolgd door een tweede. Voor zijn lijden en sterven sprak de Heer tot zijn discipelen: 'Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u ' en dit binnen korte tijd (Joh.14:18). Na zijn opstanding zou er in de innerlijke mens van de gelovigen een wedergeboorte of een vernieuwing van denken plaatsvinden. Ze zouden getrokken worden uit de macht der duisternis en overgezet worden in het Koninkrijk Gods. Dan zou vervuld worden: 'Ik zal u tot Mij nemen opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben' (Joh.14:3). Deze christenen vormden de wolkenformaties van de hemel, waarin Jezus Zich zou manifesteren door hen te dopen met zijn Geest, teneinde hen op deze wijze aan Zich en de Vader te verbinden. Daarom getuigde de Heer voor Kajafas: 'Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels' (Matt.26:64). Van zijn gang naar het dodenrijk, van zijn opstanding en van zijn aanwezigheid te midden van zijn discipelen en van zijn hemelvaart hebben deze kerkelijke leiders niets gemerkt. Wel werden zij geconfronteerd met de manifestaties van de verheerlijkte Heer in zijn volgelingen door middel van de Heilige Geest. 'Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij ziet en hoort' (Hand.2:33).

In 2 Johannes 7 wordt van misleiders gesproken, die loochenen dat Jezus is 'komende in vlees'. Hier wordt dezelfde werkwoordsvorm gebruikt als in 'komende op de wolken'. De kantekenaars van de Statenbijbel die deze letterlijke lezing geven hebben het dan over 'een wijze van spreken', omdat zij het tegenwoordige deelwoord 'komende' niet in verband zagen met de doop in de Heilige Geest. Jezus had evenwel gezegd: 'Wij - de Vader en de Zoon - zullen komen en bij hem - die Mij liefheeft en mijn woord bewaart - wonen' (Joh.14:23). Zoals de Geest van de Vader neerdaalde op Jezus en op Hem bleef en Hem geheel vervulde, zou dit ook bij zijn volgelingen plaatsvinden. Hij zou komen óp de wolken. Op de Pinksterdag zetten zich tongen als van vuur op de discipelen, waarna zij met de Heilige Geest werden vervuld. Zo viel ook deze Geest op Cornelius en op zijn huisgezin (Hand.11:15). Ook van de twaalf mannen te Efeze wordt meegedeeld dat de Heilige Geest over hen kwam (Hand.19:6,7). Door de inwoning van de Heilige Geest kon Jezus Zich in zijn volk openbaren. De bijbel spreekt dan wel van de apocalupsis, de openbaring of de ontsluiering van onze Heer. Deze term wijst op het werk dat de Heilige Geest in Gods volk verricht door bevrijding, herstel, heiliging des levens en opwassen in de genade, waardoor het beeld van Jezus openbaar gaat worden in de christen.

Paulus begon zijn brief aan de Corinthiërs met de opmerking: 'Zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave tekort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus' (1 Cor.1:7). In 1 Petrus 1:13 staat: 'Vestigt uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus'.

De tegenwoordigheid des Heren

Was er ten tijde van de eerste gemeente door de komst van Christus in de Heilige Geest een rijke openbaring van Hem, al spoedig vielen velen af die allerlei misleiders volgden. Zij loochenden de komst van Jezus in het vlees. Paulus schreef niet voor niets: 'De Here is de Geest', want zonder deze Geest is Hij niet in een mens aanwezig en heeft men dus geen deel aan Hem. Vele eeuwen gingen voorbij, waarin de openbaring van Jezus zeer schaars was. In deze periode viel de kerk uit de hemel op aarde. Het licht van de hemelse kandelaar, die beeld is van de ware gemeente in haar hoge positie werd gedoofd en de kandelaar weggenomen. Op aarde bleef evenwel de kerkelijke organisatie, hoewel in grote verdeeldheid, over(Openb.2:4,5). De Heer laat evenwel het werk van zijn handen niet varen. Na een lange tijd van droogte zou volgens de belofte van de Heer de spade of late regen komen, een tijdperk waarin het koren rijp zou worden, en het plan van God met de gemeente en daarna met de gehele wereld, volkomen zou worden gerealiseerd. Paulus schreef aan de Thessalonicenzen dat die dag des Heren of die van Christus (St.vert.) nog niet te verwachten viel (2 Thes.2:2). Zijn lezers hoopten evenwel dat de voltooiing van de openbaring van Jezus Christus in hun tijd zou geschieden. De apostel wees er echter op, dat eerst de afval zou komen en dat daarna een vernieuwde komst van Jezus Christus een radicale verandering tengevolge zou hebben, die leiden zou tot de volmaking van de gemeente, waarin Jezus de Heer Zich in al zijn volheid zou manifesteren. De apostel gebruikte het woord 'parousia', dat letterlijk tegenwoordigheid of aanwezigheid betekent, maar in onze vertalingen door 'komst', 'toekomst' of 'wederkomst' wordt weergegeven.

Het woordje 'komst' wijst op de oorzaak van de tegenwoordigheid. Zo schreef de apostel: 'God heeft mij getroost door de komst (parousia) van Titus'. Het gaat dan wel over de aanwezigheid van deze medewerker (2 Cor.7:6). In 2 Corinthiërs 10:10 wordt 'parousia' vertaald door 'verschijning' en in de Statenvertaling door 'tegenwoordigheid': 'Want zijn brieven, zegt men, zijn wel gewichtig, maar zijn persoonlijke 'verschijning' is zwak. In Filippenzen 2:12 moest men 'parousia' wel door 'tegenwoordigheid' vertalen: 'Blijft, niet alleen in mijn 'tegenwoordigheid', maar nu des te meer bij mijn afwezigheid uw behoudenis uitwerken'.

De tegenwoordigheid des Heren in de eindtijd is meer dan de aanwezigheid van de Heilige Geest in ons. De parousia komt overeen met de periode tussen de opstanding en hemelvaart. De Heer is dan als Zoon des mensen met zijn verheerlijkt lichaam op bijzondere wijze bij zijn geestelijk volwassen volk over de ganse aarde aanwezig. Men zal niet heen en weer behoeven te vliegen om zijn tegenwoordigheid te ervaren, want alle ware gelovigen zullen er deel aan hebben. 'Indien men dan tot u zegt: 'Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het Oosten en licht tot het Westen, zo zal de 'parousia' of tegenwoordigheid van de Zoon des mensen zijn' (Math.24:26,27). De wereld situatie is duister als bij een zwaar onweer. Er is spanning en grote angst onder de volkeren, maar de parousia is als een ontlading van licht, zichtbaar voor alle kinderen Gods over de gehele aarde. In de eindtijdrede sprak de Heer: 'Dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk met grote macht en heerlijkheid" (Luc.21:27). Geen wonder dat de zonen Gods door wie de Heer zijn heerlijkheid uitstraalt, de tekenen doen die Hij eenmaal ook deed en zelfs nog grotere!

De verschijning van Jezus

In de tijd van de parousia komt de gemeente tot haar voltooiing. Paulus schreef: 'En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst (parousia) van onze Here Jezus Christus blijken in allen delen onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept is getrouw; Hij zal het ook doen' (1 Thess.5:23,24).

Tijdens zijn parousia zal de Heer met zijn onberispelijke gemeente omgaan, zoals Hij dit deed met zijn discipelen tijdens de periode tussen zijn opstanding en hemelvaart. Hij was steeds onzichtbaar bij hen tegenwoordig, maar verscheen hen vele malen en sprak dan met hen van mond tot mond. Met zijn verheerlijkt lichaam nam Hij telkens de gestalte aan van vlees en bloed. Zo bemoedigde Hij zijn leerlingen en onderwees Hij hen. 'Aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft" (Hand.1:3). Dit soort verschijningen kan de gemeente in de eindtijd ook verwachten. Jezus zal haar klaarmaken voor de nieuwe taak die haar wacht. Op deze wijze leren wij, 'die achterblijven tot de komst (parousia) des Heren' de Zoon des mensen persoonlijk kennen (1 Thess.4:15). Wij verblijden ons in Hem, omdat wij 'zijn verschijning hebben liefgehad' (2 Tim.4:8). In Titus 2:13 schrijft Paulus: 'verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus'.

Het woord 'epiphaneia', verschijning of manifestatie, is een term welke wijst op de komst van Christus vanuit een verborgen achtergrond en die rijke zegeningen met zich brengt. In 1 Johannes 3:2 wordt beloofd : 'Als Hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is'. Dan is ook het ogenblik aangebroken, dat de heiligen in een ondeelbaar ogenblik naar het lichaam zullen worden veranderd. Dit heilsgebeuren is 'onze vereniging met Hem' (2 Thes.2:1). Tijdens zijn verschijningen aan zijn volk bereidt Jezus hen ook voor op de laatste strijd in de hemelse gewesten bij Harmagedon. Daar zal de Heer aan het hoofd van zijn hemelse legerscharen de antichrist machteloos maken door de 'epiphaneia van de parousia', dat is 'door zijn verschijning als Hij komt' en 'doden door de adem zijns monds'" dat is door zijn woord (2 Thes.2:8).

In Colossenzen 3:4 staat dan nog,dat wanneer Christus zich zal manifesteren, ook wij met Hem zullen verschijnen in heerlijkheid. Met de nederlaag van de antichrist vangt een nieuw tijdperk aan, het zogenaamde duizendjarige rijk. Dan zullen wij als koningen het wereldbestuur in handen hebben onder Jezus Christus, de Koning der koningen. Evenals Hij zullen wij dan in staat zijn om ons geestelijk lichaam te transformeren in een lichaam met 'vlees en beenderen' (Luc.24:39). Dan kunnen wij door onze verschijning de volkeren het eeuwig evangelie bekend maken en hen bevrijden van de nog in hen wonende demonen. Wij blijven dan evenwel hemelburgers, dus behorende tot de onzienlijke wereld van het Koninkrijk der hemelen. Dan is vervuld: 'Zie, Hij komt met de wolken'. Voor eeuwig!

zie voor andere artikelen kvooverz