kvo 46e jaargang-nummer 10, 30 juli 1982

J.E.v.d.Brink

Het evangelie van het KONINKRIJK

'Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt' (Matth.13:52).

Het evangelie 'over' Jezus

Over het algemeen wordt er in de kerken een boodschap gepredikt over één of meer aspecten van de persoon of het werk van Jezus. Dit is het evangelie 'over' Jezus. In de belijdenis geschriften van de kerken beschrijft men de 'Christus der schriften' als degene die zich bekend maakte door vele wonderen, die onze zonden verzoende aan het kruis van Golgotha en die daarna opvoer naar de hemel.

Dit soort kennis is inderdaad essentieel, want onwetendheid over deze feiten kunnen de mens ertoe brengen, zijn vertrouwen te stellen op een andere Jezus; een Jezus van wie de apostelen niet getuigd hebben. In het evangelie 'over' Jezus staat de persoon van de Heer dus centraal.

Dit evangelie is het fundament van ons geloof. In 1 Cor.2:2 schreef Paulus: 'Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd'. De vergeving der zonden en de rechtvaardigmaking werden bewerkstelligd door een gekruisigde Christus en er bestaat geen verlossing, bevrijding, genezing, herstel, vervulling met de Heilige Geest of groei tot het zoonschap, dan alleen op grond van de genade en waarheid, die door Jezus Christus zijn gebracht (Joh.1:17).

Het evangelie 'van' Jezus

Het evangelie 'over' Jezus is de onmisbare 'melk', maar het is niet voldoende om de kinderen van God tot de mannelijke rijpheid en tot de volmaaktheid te brengen. Hiervoor is nodig, dat het evangelie 'van' Jezus Christus wordt gepredikt. Dit is de boodschap die Jezus zelf predikte, toen Hij nog op aarde rondwandelde.

Het evangelie van Marcus begint met de woorden: 'Begin van het evangelie van Jezus Christus'. Van stad tot stad, van dorp tot dorp, bracht Jezus een speciale boodschap, een boodschap van het Koninkrijk der hemelen, en deze prediking ging gepaard met tekenen en wonderen van herstel.

Mattheüs 4:23 zegt: 'En Hij trok rond in geheel Galiléa en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en kwaal onder het volk'. Dit was het evangelie 'van' Jezus! Onze Heer sprak niet in de eerste plaats over zijn eigen persoon, maar Hij openbaarde de geheimen van het onzichtbare Koninkrijk der hemelen. Hijzelf wandelde in het Koninkrijk Gods en zijn gehele leven was een openbaring van dit feit. Hij predikte niet alleen over het Koninkrijk van God, maar Hij toonde ook, wat dit leven in al zijn volheid inhield. In woord en waarheid predikte Hij het 'evangelie der heerlijkheid'.

Zijn boodschap was volslagen nieuw. Hij verklaarde het wezen van de Vader, want niemand had ooit God gezien, maar Jezus openbaarde ons de Vader die in de hemelen is. Hij was de eersteling van de nieuwe schepping. Dat wil zeggen: de eerste geestelijke mens die de bedoelingen van God bekend maakte. Hij toonde ons, dat de onzichtbare engelen wereld geschapen was, om hen, die zich tot God keren, te beschermen en te dienen. Ook ontmaskerde Hij de boze machten, omdat zij zich verzetten tegen het plan van God met de mens. Hij stelde hen openlijk ten toon als vijanden van God en van de mens en als verwekkers van iedere wetteloosheid in geest, ziel of lichaam. Hij opende een geheel nieuwe wereld voor allen die zijn prediking begrepen. Aan hen die Hem volgden, gaf Hij macht om te heersen in de hemelse gewesten. Hij liet zien dat niet de mens, maar de duivel met zijn demonen de oorzaak zijn van alle kwaad. Hij leerde ons zijn methode kennen om van de boze verlost te worden, opdat 'Hij ons zou geven, zonder vreze,uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen' (Lucas 1:74,75).

Discipel van het Koninkrijk

De prediking van het evangelie 'van' Jezus is niet opgehouden nadat Hij naar de hemel gevaren is. Ook is zij niet verouderd, want het gaat om eeuwige en onveranderlijke werkelijkheden. 'Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid' en daarbij is ook zijn evangelie ingesloten, want Jezus is het woord van God. Zijn methode om te redden, te genezen, te herstellen en te vervullen met de Heilige Geest is ook onveranderlijk. Daarom moeten zijn volgelingen de boodschap brengen die Hij ook gepredikt heeft en het doel nastreven, waartoe Hij hen geroepen heeft zoals er geschreven staat: 'Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is' (Matth.5:48).

In een van de eerste verzen van Handelingen merkt Lucas op, dat hij alles verteld had 'wat Jezus begonnen was te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen'. Hieruit blijkt duidelijk, dat de apostelen het evangelie 'van' Jezus hadden overgenomen en dat zij op hun beurt weer doorgingen het te prediken.

In Romeinen 1:9 schreef Paulus: 'Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie 'van' zijn Zoon, is mijn getuige'. Toen hij afscheid van de oudsten te Efeze nam, sprak dezelfde apostel dat hij rondgereisd had 'met de prediking van het Koninkrijk' (Hand.20:25). Zijn gedachten waren niet bezig met de zichtbare dingen maar met de onzichtbare (2 Cor.4:18). Het was zijn bedoeling 'om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad, door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht des Geestes' en op die wijze had hij 'van Jeruzalem uit rondreizende tot Illyrië toe, de prediking van het Evangelie 'van' Christus, volbracht' (Rom.15:19). Hij getuigde van de geheimen van het Koninkrijk der hemelen zoals blijkt uit zijn woorden van Ef.3:4 en 5: 'daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis (d.w.z. van het evangelie) 'van' Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen.

Paulus was met recht een discipel geworden van het Koninkrijk der hemelen. Hij besloot zijn brief aan de Romeinen met de woorden: 'Hem nu, die bij machte is u te versterken - naar mijn evangelie en de prediking 'van' (niet:'over') Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking des gehoorzaamheid des geloofs bekend gemaakt onder alle volken - Hem... zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen'.

Oude en nieuwe dingen

Zo'n schriftgeleerde, die door woord en geest onderwezen is in de situaties van de onzienlijke wereld, wordt door Jezus met een huisvader vergeleken die voor zijn huisgenoten uit zijn welvoorziene voorraadkamer de opbrengst van zijn land en tuin, zowel van hetzelfde jaar, als van de vorige jaren tevoorschijn haalt, om zo in de behoeften te kunnen voorzien. Merkwaardig is, dat Jezus de 'nieuwe dingen' voorop zette, in tegenstelling tot de schriftgeleerden van zijn tijd, die vasthielden aan de overjarige dingen die hun vaderen hadden nagelaten. Tegen hen zei de Heer: 'Daarom zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult gij sommige doden en kruisigen en van hen zult gij andere geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad'. De schriftgeleerden die ingaan in het Koninkrijk der hemelen zullen nooit geaccepteerd worden door de aards-gerichte leraars. Zij zullen deel hebben aan de verwerping van hun Meester, omdat zij Hem navolgen in Zijn denkwereld.

Degenen die het evangelie 'van' Jezus begrepen hadden, noemde Hij "schriftgeleerden die discipelen geworden waren van het Koninkrijk der hemelen'. Voor hen die het evangelie 'over' Jezus aanvaard hebben, moet díe boodschap dus centraal staan. Om de leer van Jezus Christus te verstaan, moet men de schriften nauwkeurig bestuderen en in staat zijn de geestelijke betekenis ervan te zien. De nieuwe dingen zien op de leer van het Koninkrijk der hemelen, zoals Jezus deze verkondigde. Door het evangelie 'over' Jezus aan te nemen, gaat men binnen in het Koninkrijk. Door de leer 'van' Jezus worden de wandel, de strijd en de overwinning in de hemelse gewesten tot een geestelijke realiteit.

Het Eeuwige en het Tijdelijke

De discipel van het Koninkrijk begint niet met de oude dingen uit te delen, maar de nieuwe. Hij verkondigd dus 'een heil dat allereerst verkondigd is door de Heer' (Hebr.2:3). Daarom gaat het onderwijs uit het Nieuwe Testament voorop. Het nieuwe verbond is geen voortzetting van het oude maar het is als de verhouding schaduw - werkelijkheid, zoals het tijdelijke staat tot het eeuwige. De apostel Paulus schreef dat de gebeurtenissen in het oude verbond ons ten voorbeeld geschied zijn: Dit is hun overkomen tot voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is' (1 Cor.10:6 en 11).

Daarom moeten wij het Oude Testament lezen bij het licht van het nieuwe. De geschiedenissen die er in vermeld zijn, zullen we gebruiken als illustratie en ze interpreteren in de onzienlijke wereld. Met andere woorden, we zullen ze moeten vergeestelijken. Daarom mogen wij ons ook, als het Israël Gods, de beloften toeëigenen, die in het Oude Testament voor Gods volk gegeven zijn. Want in Christus en in zijn zaad - dat is de gemeente - zijn alle beloften Gods en al zijn toezeggingen 'ja en amen'. De apostel Petrus bevestigde eveneens, dat de profeten van de voor ons bestemde genade profeteerden (1 Petr.1:10).

 

Perspectieven

Paulus sprak: 'Het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen'. Dit nieuwe is: "het evangelie der heerlijkheid 'van' Christus, die het beeld Gods is' (2 Cor.4:4). De heerlijkheid betekent: het klimaat of de sfeer van het Koninkrijk Gods, dat bestaat uit vrede,gerechtigheid en blijdschap. Degene die op deze weg is gaan wandelen, bemerkt, dat in de onafzienbare ruimten van het eeuwige rijk Gods steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Het is de Heilige Geest, die de nieuwe dingen op overvloedige wijze inspireert. Het heerlijke van het evangelie van het Koninkrijk is, dat de mens in staat gesteld wordt, zelfstandig ontdekkingen te doen, en het gordijn dat de onzienlijke wereld verbergt, steeds verder wordt weggeschoven. Op de berg Sion in de hemelse gewesten zal God 'de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn' (Jes.25:7). Men leert de gedachten van de vijand kennen, zoals de apostel Paulus schreef, maar ook steeds meer de methode van de Heer toepassen, die tot overwinning leidt.

Het evangelie van het Koninkrijk opent een nieuw levensperspectief voor de zonen Gods, voor wie voorspeld is: 'toch weten wij, dat wanneer de openbaring gekomen is, wij Hem gelijk zullen zijn, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is' (1 Joh.3:2 vert.Canisius).

zie voor andere artikelen kvooverz