De wet van de Geest des levens.

 

'Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrij gemaakt van de wet der zonde en des doods' (Romeinen 8:2).

Twee koninkrijken

Er zijn koninkrijken die zichtbaar zijn, aardse koninkrijken, en er zijn andere koninkrijken die onzichtbaar blijven, geestelijke koninkrijken. Op aarde heeft ieder rijk zijn eigen wetten welke door haar onderdanen moeten worden nageleefd. Bijvoorbeeld, als een Brits onderdaan leeft naar de wetten en regels van zijn eigen land dan is hij vrij van de wetten van andere landen. Buitenlandse wetten kunnen hem niet beïnvloeden zolang hij maar in zijn eigen land blijft. Op dezelfde wijze is de geestelijke of onzienlijke wereld verdeeld in twee gescheiden gebiedsdelen; het ene behoort aan satan en het andere behoort aan Jezus Christus (zie: Matth.12:26 en Col.1:13).

Er is een rijk van duisternis, zonde, ziekte en dood; maar er is ook een wereld van licht, rechtvaardigheid, vrede en blijdschap. Het Koninkrijk Gods bestaat in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap (Rom.14:17). Ieder van deze koninkrijken heeft zijn eigen wetten en regels. Er zijn wetten afkomstig van satan en er zijn wetten die ingesteld zijn door God. Het is voor de mens onmogelijk om tegelijkertijd onder de wetten van beide koninkrijken te leven, want deze rijken hebben niets met elkaar gemeen.

'Welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? Welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial, of welk deel heeft een gelovige samen met een ongelovige?' (2 Cor.6:15).

Het evangelie van Jezus Christus wordt aan de mensen gepredikt tijdens hun leven op aarde: om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van den macht van den satan tot God (Hand.26:18). Het is noodzakelijk de wetten van beide gebieden, het koninkrijk der duisternis en het koninkrijk van het licht, te kennen. De apostel Paulus zei dat hij niet onwetend was van de plannen van satan (2 Cor.2:11). Zo moeten ook wij weten hoe men bevrijd kan worden van de onderdrukkende gebonden-heid van satan en hoe men zich kan stellen onder de heerschappij van Jezus Christus. Wij lezen over de wet van de Geest des levens in Christus Jezus die ons heeft vrij gemaakt van de wet der zonde en des doods.

De wet der zonde en des doods

De natuurlijke mens handelt en wandelt overeenkomstig de wetten en regels van de duisternis. Door zijn ongehoorzaamheid aan God heeft de mens zich gesteld onder de heerschappij van het kwaad, hetwelk hem als een net heeft bedekt. Met recht kan satan zeggen: 'Al deze macht en hun heerlijkheid is mij overgegeven' (Lucas 4:6). Maar de schrift heeft (zie de goddelijke waarschuwing aan Adam) alles besloten onder de zonde (Gal.3:22). Op deze wijze is de mens tot gevangene gemaakt van de wet der zonde (Rom.7:23). De handhavers van de wet van het rijk der duisternis zijn de onheilige engelen. Zij zien er op toe dat de wetten van zonde, ziekte en dood overal worden gehoorzaamd.

De mensheid bezit de capaciteiten om de symptomen van zonde en ziekte te bestuderen en zij gebruikt haar bevindingen om hun toeneming zoveel mogelijk in te dammen. Over de zonde zegt Paulus in Ef.2:2 dat ook wij eens daarin wandelden overeenkomstig den overste van de lucht, van den geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid.

Boze geesten zijn machten met een duivelse persoonlijkheid welke de mensen beïnvloeden en in hen wonen. Zij trachten de mensen te verleiden, of dwingen hen om dingen te doen die in strijd zijn met de goddelijke wetten. Het zijn dus geen natuurlijke krachten zoals elektriciteit of de zwaartekracht, maar wezens met eigen gedachten en verantwoordelijkheden. Zij bezitten echter geen ziel en lichaam om hun wezen en hun bedoelingen in de zichtbare wereld te openbaren. Het zijn geesten die het innerlijke leven van de mens gebruiken om hun ongoddelijke gedachten te realiseren. Door het creëren en voortbrengen van zonde en ziekte overtreden zij Gods wetten en als handlangers van de satan (de tegenstander) keren zij zich tegen Gods autoriteit.

Hoewel zij allen voortkomen uit de duisternis, de onreinheid en van de vader der leugen, vinden we onder hen verschillende groeperingen, elk met een eigen specifieke opdracht. Sommigen van hen zijn gekozen om twijfel, vrees en trots bij de mensen op te roepen. Anderen zijn specialisten in het veroorzaken van leugens, onreinheid, twisten of verslaving. In Joh.14:17 wordt gezegd van de Heilige Geest dat Hij zal blijven bij Gods kinderen en in hen zal zijn. Op dezelfde manier zullen de boze geesten blijven bij de kinderen van deze wereld en in hen zijn.

De wetten van het koninkrijk van satan zijn talrijk en het is tot ons eigen nadeel dat wij er slechts enkele van kennen. Er zijn boze geesten die menen dat zij hele generaties kunnen claimen: geesten van hebzucht, geesten van zwaarmoedigheid, geesten van zelfmoord, geesten van wellust, geesten van drift, geesten van angst, geesten van hoogmoed; deze machten kunnen hele families onderdrukken. Er zijn ook ziektemachten die lijken over te gaan van ouders op kinderen.

De verzoeking om te zondigen wordt volgens een vaste wet veroorzaakt door een boze geest, welke tracht iemands verlangen op te wekken om te zondigen; als zo'n geest succes heeft wordt dit verlangen bevrucht en het resultaat van deze gemeenschap komt als zonde(daad) in de zichtbare wereld; daarom staat er geschreven: wie de zonde doet is uit de duivel (1 Joh.3:8). Zoals we zien zijn de werken van een zondaar geboren uit gemeenschap met boze geesten. De geoogste vrucht is vernoemd naar zijn schepper: leugen, ontucht, onreinheid, angst, twijfel, hoogmoed, jaloezie enz. We denken ook aan de vele millioenen, vernield door occulte machten, welke de mens binnendringen door de geestelijke zonden van magnetisme, waarzeggerij, spiritisme, telepathie, toverij enz.

De wet van rechtvaardigheid en leven

Degenen die verlost zijn uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van Jezus Christus, zijn door de wet van de Geest des Levens (Heilige Geest) vrij gemaakt van de wet der zonde en des doods. Ook dit gebeurt volgens een vaste wet, namelijk door geloof. Door het aanvaarden in geloof van de verlossing van zonden, die door Christus tot stand gebracht is, zijn we gerechtvaardigd voor God. Het is ook door ons geloof in de belofte van de Vader dat Hij ons kan dopen met de Heilige Geest, die ons zal leiden in alle waarheid en rechtvaardigheid. Voortaan zal deze Geest bij ons zijn en in ons zijn en Hij is het die in toenemende mate, onze harten zal richten op Christus en zijn woord.

Door het bewaren van Jezus' woorden en vervolgens te 'blijven in Christus' kunnen wij wandelen in de hemelse gewesten. Deze Geest getuigt met onze geest, d.w.z. werkt samen met onze geest, en verenigt zich met onze geest in de strijd. Als gevolg van deze eensgezindheid worden de vruchten zichtbaar: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal.5:22). Juist daarom worden deze vruchten genoemd naar hun schepper: vruchten van de Heilige Geest. Geloof is de grondwet van het Koninkrijk der hemelen. In Christus zijnde als gevolg van dit geloof, kunnen wij zeggen, op grond van zijn heilig en onwrikbaar Woord: ik ben rein, ik ben rechtvaardig, ik ben heilig, ik ben erfgenaam van God, ik ben een koning en priester.

Door dit geloof in Jezus Christus hebben we eeuwig leven, dit betekent, een blijvende gemeenschap met God. Dit geloof kan verder versterkt worden door ons te houden aan de andere wetten van de Geest des Levens. Door ons meer en meer de beloften in Gods woord toe te eigenen, door te bidden met ons verstand en met onze geest. Door God te prijzen en door het zingen van geestelijke liederen wordt ons geloof opgebouwd.

Er zijn ook enkele uitwendige vormen en handelingen, welke uitbeelden wat er in de geestelijke wereld gebeurt en, als deze er tegelijkertijd en wezenlijk mee verbonden zijn, kunnen ook zij dienen tot opbouw van ons geloof. Wij denken hierbij aan de doop en het heilig avondmaal, de handoplegging en de zalving met olie. De wet van de Geest des Levens verbindt ons door deze uiterlijke handelingen met het leven in Christus Jezus.

Vrij van de machten buiten ons

Boze machten kunnen ons van buiten af aanvallen. Zij proberen een Christen te laten struikelen of hem ziek te maken. Deze machten zullen ons blijven aanvallen zolang wij leven en zolang we in deze wereld zijn, want de Heer zeide: 'Het is nodig dat er verzoekingen komen', maar de bijbel zegt ook: 'Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden!'

God's woord belooft ons dat deze beproevingen nooit onze krachten te boven zullen gaan zodat wij ze niet kunnen verdragen. De Heer heeft ons beloofd dat Hij, met de verzoeking, ook voor de uitkomst zal zorgen, zodat wij er tegen bestand zijn. Soms gebruikt de boze een mens om een kind van God te laten zondigen. Soms gebruikt hij hem maar voor één ogenblik, zoals in het geval van Petrus toen deze zijn Meester probeerde te verleiden, om het dragen van het kruis maar op te geven. De Heer zei toen: 'Ga weg, achter mij satan! (Matth.16:23).

In de meeste gevallen is het evenwel duidelijk dat iemand die gebruikt wordt om anderen te verleiden zelf een echte woonplaats is van duivelse machten. Het is over hem dat de Heer het oordeel uitspreekt: 'Maar wee dien mens, door wien de verleiding komt' (Matth.18:7). Deze inwonende machten zullen zijn ondergang zijn.

Als ons oog, onze hand of onze voet ons tot zonde zou brengen dan zouden we die beter verwijderen, want het is beter verminkt het leven in te gaan dan tot zonde gebracht te worden door onze ledematen. De wet van het rijk der duisternis werkt dus omgekeerd.

Het is echter door onze geest en onze inwendige mens dat de zonde via onze ledematen wordt gerealiseerd. Daarom is onze strijd niet tegen vlees en bloed - dus ook niet tegen hand, voet of oog - maar tegen de boze machten in de lucht. De Heer heeft ons geleerd te bidden: 'leid ons niet in verzoeking'. Het weerstand bieden aan de boze is gebaseerd op het toepassen van de wet van de Geest des Levens. Door ons geloof en de kracht van de Heilige Geest zijn we beschermd tegen de boze en wel zodanig dat de laatstgenoemde geen enkel houvast in ons vindt.

Iemand kan struikelen, die overigens perfect in staat is om te wandelen, wanneer hij de grote steen niet opmerkt die door satan op zijn weg gelegd wordt. Zo kan een Christen in zonde vallen als hij, voor een moment, verzuimd zijn geloofsoog te richten op Jezus en geen gebruik maakt van de wapenrusting die hij ontvangen heeft. Hij blijft in gebreke om de kracht te gebruiken, welke de Heilige Geest hem ter beschikking stelt. In verband hiermee schrijft Petrus: 'Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmermeer struikelen' (2 Petr. 1:10). Deze goddelijke oproep wordt door Judas in zijn brief als volgt verwoord: 'Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in den Heilige Geest' (Judas:20). Bidden met het verstand en bidden met de Geest, vormen gezamenlijk de wet van de Geest, welke ons behoedt voor zondigen.

Vrij van de machten in ons

Nu zijn er machten welke iemand in gebondenheid houden. Dit zijn boze geesten welke bij iemand inwonen (Matth.12:44). Zo kunnen er bepaalde zonden in iemands leven zijn die hij moet doen. Hij wordt van binnen uit gedwongen om ze te doen, hij kan het gewoon niet laten. Hij weet dat deze zonde(macht) voor hem een grote struikelblok is, maar hij kan zich er niet van losmaken. Het is deze zonde welke tenslotte voor altijd een scheiding zal maken tussen hem en God, het is 'een zonde tot den dood'. In 1 Joh.5:16 staat: 'Er bestaat een zonde tot den dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden'. Men kan alleen bidden voor een broeder die men ziet zondigen 'niet tot den dood'.

Als zulke gebonden mensen bevrijd willen worden kunnen zij voor zichzelf bidden: 'Verlos ons van het kwade', beroep doende op de kracht en heerlijkheid van God. Deze kracht en heerlijkheid openbaart zich volgens de wetten van het Koninkrijk Gods. De wetten van de Geest des Levens zullen hen vrijmaken. De menselijke geest, verbonden met Gods Geest, zal deze reiniging tot stand brengen. Paulus vergelijkt dit met het afleggen van een oud kledingstuk. Dit proces van verlossing van de boze, met inbegrip van de bevrijding van de inwonende machten, is het afleggen van de oude mens. De machten der duisternis hadden hun woning in de oude mens, want zij waren actief in ons toen wij nog kinderen van de ongehoorzaamheid waren (Ef.2:2).

De laatste en tevens de moeilijkste macht om uit ons leven te bannen is de zonde van de tong. Lees eens wat Colossenzen 3:8 hierover te zeggen heeft. Wie in zijn spreken niet struikelt, d.w.z. van buitenaf niet verzocht wordt tot het uiten van leugens, lasterpraatjes en dergelijke, is een volmaakt man (Jac.3:2).

Wanneer iemand de hulp inroept van een broeder of zuster bij zijn of haar strijd tegen inwonende machten, en als dit voortkomt uit een gebrek aan kracht, geloof, kennis of volharding, dan zullen de broeders en zusters voor hem of haar tussen beide komen om deze boze machten uit te drijven in de naam van Jezus en door de kracht van de Heilige Geest. Als deze broeder of zuster de handen worden opgelegd in Jezus' naam, wordt dit gedaan om hem of haar te claimen voor Jezus en zijn Koninkrijk, van de machten der duisternis. In een gezamenlijke krachtsinspanning worden deze machten gebonden en uitgeworpen. De Heer zelf gaf de volgende opdracht: 'drijf de boze geesten uit'. Het was ook de Heer zelf die aan ons de volgende geestelijke wet openbaarde:

'Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen' (Matth.16:19).

De wet van de Geest des Levens in Christus Jezus heeft ons vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. Allen bij wie deze wetten worden toegepast, worden vrijgemaakt door Christus en de wetten van zijn Koninkrijk. Op deze wijze zullen zij werkelijk vrij zijn van de machten der duisternis.

Dan kan de vrijgemaakte zijn Heer loven en prijzen, welke hem vrijgemaakt heeft van zijn inwonende vijanden in de onzienlijke wereld, en hij mag dit doen in het heerlijk licht van Gods vriendelijk aangezicht! n

Door: J.E. van den Brink. Uit het Engels vertaalt door C. du Fossé